Rasstandaard Siberian Husky
Info van: SHKN
Van alle hondenrassen die door de F.C.I. (overkoepelende organisatie in de West-Europese kynologie) zijn erkend, is een standaard opgesteld. De officieel erkende rasverenigingen van de aangesloten landen zorgen voor een vertaling. Zo’n standaard dient als leidraad voor fokkers en keurmeesters. Het is als het ware een ideaalbeeld waar de honden van het desbetreffende ras aan zouden moeten voldoen. Bij sommige rassen worden er al honden gefokt die praktisch aan het ideaal beantwoorden. Andere rassen hebben nog een lange weg te gaan. Van elk ras is ook een lijst met rasfouten samengesteld. Dit kunnen zware uitsluitingsfouten zijn, waardoor een hond van de fok wordt uitgesloten. De toegestane fouten zijn niet bijzonder zwaar, maar kosten wel punten bij een keuring.

Algemeen voorkomen
De Siberian
Husky is een middelgrote werkhond, snel en vlug op de voeten en vrij en elegant
in de beweging. Zijn matig compacte en goed gehaarde lichaam, rechtop staande
oren en goed behaarde staart wijzen op zijn noordelijke afkomst. Zijn
karakteristieke gangen zijn soepel en schijnbaar moeiteloos. Hij verricht zijn
oorspronkelijke taak in het harnas (tuig) met grote bekwaamheid, waarbij hij een
lichte last met gematigde snelheid over grote afstanden trekt. Zijn
lichaamsafmetingen en vorm geven dit essentiële evenwicht van kracht, snelheid
en uithoudingsvermogen weer. De reuen bij de Siberian Husky zijn mannelijk, maar
nooit grof; de teven zijn vrouwelijk zonder zwakheid te tonen. In goede
conditie, met stevige en goed ontwikkelde spieren draagt de Siberian Husky geen
overtollig gewicht.
Maat / verhouding / gewicht:
Hoogte: Reuen 53 tot 60 cm schofthoogte, Teven 51 tot 56 cm schofhoogte.
Gewicht: Reuen
21 tot 27 kg, Teven 16 tot 23 kg.
Ogen: Amandelvormig, matig uit elkaar en iets schuin geplaatst. De ogen mogen bruin of blauw zijn; één van ieder der kleuren of ogen met beide kleuren zijn aanvaardbaar.
kan vleeskleurig zijn bij zuiver witte honden. De rose-achtige “snownose” is aanvaardbaar.
Hals: Matig lang, gewelfd en fier rechtop gedragen wanneer de hond staat. Wanneer hij in draf beweegt, wordt de hals gestrekt, zodat het hoofd iets naar voren gedragen wordt.
De goed behaarde, op een vossenstaart lijkende staart is iets beneden het niveau van de ruglijn
aangezet en wordt gewoonlijk in een elegante boog boven de rug gedragen, wanneer de hond attent is. Wanneer de staart naar boven gedragen wordt, krult hij niet langs het lichaam, noch ligt hij vlak op de rug. Een hond die in rust is, kan de staart lager dragen. Het haar op de staart is matig lang en ongeveer even lang aan de bovenkant, de zijkanten en de onderkant, zodat de indruk van een ronde borstel ontstaat.
Schouders:Het schouderblad is goed schuin gelegen. De opperarm maakt een lichte hoek naar achteren van boeggewricht naar elleboog en nooit loodrecht ten opzichte van de grond. De spieren en pezen van de schoudergordel zijn stevig en goed ontwikkeld.
Voorbenen: In stand en van voren gezien, staan de benen op een matige afstand van elkaar, evenwijdig en recht, met de ellebogen tegen het lichaam aan, noch naar binnen noch naar buiten gedraaid. Van opzij gezien staan de middenvoeten wat schuin, met een sterk, maar buigzaam polsgewricht. Het bot is stevig, maar nooit zwaar. De lengte van het been van de elleboog tot aan de grond, is iets meer dan de afstand van de elleboog tot aan de schoft.
Voeten:
Ovaal, maar niet te lang. De voeten zijn matig groot, compact en goed behaard
tussen de tenen en de voetzolen. De voetzolen zijn stevig, met dikke kussens. In
stand staan de voeten noch naar binnen noch naar buiten gekeerd.
In stand en van achteren gezien, staan de achterbenen op matige afstand evenwijdig van elkaar. Het achterbeen vertoont een goed gespierd en krachtig bovenbeen, met een goede kniehoeking en een duidelijke, laag aangezette hak. Hubertusklauwen, indien aanwezig, moeten verwijderd worden.

De vacht van de Siberian Husky is dubbel en matig lang en geeft de indruk van een goede pels, die echter nooit zo lang is dat de scherpe belijning van de hond verdwijnt. De ondervacht is zacht en dicht, en lang genoeg om de bovenvacht te steunen. De dekharen zijn recht, liggen enigszins vlak en zijn nooit ruw, noch recht van het lichaam afstaand. Ontbreken van de ondervacht gedurende de haarwisseling is toegestaan. Bijknippen van snorharen en de vacht tussen de tenen en rond de voeten om een netter uiterlijk te verkrijgen is toegestaan. Bijwerken van de vacht op iedere andere plaats van het lichaam is niet toegestaan en dient streng gestraft te worden.
Alle kleuren van zwart tot zuiver wit zijn geoorloofd. Uiteenlopende aftekeningen op het hoofd zijn gebruikelijk, met inbegrip van vele opvallende aftekeningen, die bij andere rassen niet gevonden worden.
Het karakteristieke gangwerk van de Siberian Husky is soepel en schijnbaar moeiteloos. Hij is snel en lichtvoetig en moet in de showring aan een losse lijn, in een matig snelle draf worden voorgebracht, waarbij hij goed uitgrijpend gangwerk voor en een goede stuwing vanuit de achterhand moet tonen. In stap toont de hond geen éénsporigheid. Bij toename van de snelheid neemt de neiging tot éénsporigheid toe, waarbij de benen niet gebogen worden. In draf blijft de ruglijn strak en horizontaal.
Karakter:
Het karakteristieke temperament van de Siberian Husky is vriendelijk en zacht,
maar tevens levendig en alert. Hij heeft niet de bezitters-neigingen van de
waakhond, noch is hij overmatig wantrouwend tegenover vreemden of agressief
tegenover andere honden. Een volwassen hond kan een zekere waardigheid en
gereserveerdheid tonen. Zijn intelligentie, hanteerbaarheid en gewilligheid
maken hem tot een aangename kameraad en een goedwillende werker.
De geschiedenis van de
Siberian Husky
Oorsprong
Er zijn nog maar weinig rassen over, waarbij de functie van de hond nog steeds in zo hoge mate bepalend is voor zijn uiterlijke verschijningsvorm en zijn mentale instelling. Een erfenis, een erfgoed, dat door de eeuwen heen uit Siberië via Alaska en de Verenigde Staten tot ons is gekomen. Een erfgoed dat verplichtingen met zich meebrengt. Dit ras, door de AKC (American Kennel Club) en de FCI (Fédération Cynologique Internationale) erkend onder de naam Siberian Husky, werd ontwikkeld door de Chukchies, een volk dat leefde in het uiterste noordoosten van Azië.
De Chukchies vormden een nomadenvolk dat meer en meer door agressievere stammen die het omringden, werd teruggedrongen tot diep in dat onherbergzame deel van Siberië, waar de levensomstandigheden het moeilijkst zijn. De enige manier om te overleven werd voor hun de jacht. Jacht op wild, dat zich snel wist te verplaatsen in een immens groot gebied.
Ze hadden niet de beschikking over vuurwapens, dus de enige manier om het zich snel door de hoge sneeuw verplaatsende wild te bejagen, was per hondenslee. Hiervoor waren snelle sledehonden nodig. Honden die veel werk konden verzetten, weinig voer nodig hadden en dit voer ook optimaal wisten te benutten. Honden die onder extreme omstandigheden tolerant en vriendelijk naar elkaar en hun mensen zouden blijven.
De Chukchies selecteerden in hun fok op deze eigenschappen en langzaam maar zeker ontwikkelde zich een middelgrote, gracieuze, snelle sledehond met een geweldig uithoudingsvermogen; tolerant, geluidloos, vriendelijk en taai, de Siberian Husky!
Sledehondensport
Rond de eeuwwisseling begon de sledehondensport in Alaska aan belangstelling te winnen, vooral wedstrijden als de All Alaskan Sweepstakes over trails van rond de 400 mijl (± 640 km) trokken steeds meer deelnemers. De eerste werd in 1908 gehouden en tijdens de tweede wedstrijd, in 1909, wilde de Russische bonthandelaar William Goosak, eigenaar van negen honden die hij geïmporteerd had vanuit Siberië, deze honden mee laten lopen. De Alaskaanse mushers zagen niet zoveel in deze weliswaar goed gebouwde, maar kleine honden, ze noemden hen de “siberian rats”.
Ze staken dan ook wel erg schriel af bij hun grote, sterke vrachthonden. Goosak liet zijn honden tijdens deze wedstrijd door Louis Thrustrup mushen en ze werden derde! Echter, Goosak verkeerde in geldnood en verkocht zijn honden, de harnassen en de slede aan kapitein Charles Madsen. Met het verkregen geld kon Goosak terug naar Rusland. En zo kwamen de eerste Siberian Husky’s in Alaska, waar zij een blijvend stempel op de ontwikkeling van de sledehond en de sport zouden gaan zetten.
Fox Maule Ramsey, een Schotse edelman die in Alaska was om de belangen van zijn familie in de goudmijnen te behartigen, hoorde van die snelle sledehonden en ging zelf naar Siberië, aan de andere kant van de Beringstraat. Hij kwam terug met 60 zorgvuldig uitgezochte honden uit Markovo; in dit dorp werden veel honden gefokt en verhandeld.
In 1910 bij de start van de derde All Alaskan Sweepstake bracht Ramsey drie teams in de race: één team werd gemushed door John ‘Iron Man’ Johnson, het tweede door zijn broer Charles Johnson en zelf mende hij het derde team. ’Iron Man” won, in een tijd die nooit meer zou worden geëvenaard: 650 kilometer in 74 uur, 14 minuten en 20 seconden. Fox Maule Ramsey werd tweede met zijn span en Charles Johnson’s team eindigde als vierde. Deze honden, geselecteerd door deze mushers uit de in Siberië aanwezige honden, vormden de oorsprong van het ras; snelle sledehonden geschikt voor lange afstanden, met een vriendelijk karakter en een ongebreidelde wil tot werken.
In de jaren erna kreeg Leonard Seppala de beschikking over een aantal van deze honden. Hij won met hen drie maal achter elkaar de All Alaskan Sweepstake.
De serumrace
In 1925 werd de Siberian Husky ook bekend buiten deze kring van honden-liefhebbers. In januari van dat jaar brak in Nome in Alaska een difterie-epidemie uit en de aanwezige voorraad van het serum was lang niet voldoende. Het serum moest van ver komen: per trein was het al tot Nenana gekomen, meer dan 1000 kilometer verderop, maar door de slechte weersomstandigheden kon het niet door een vliegtuig verder vervoerd worden. Besloten werd om het serum op te halen door middel van een sledehonden estafette. Negentien mushers zetten hun leven op het spel om het serum naar Nome te brengen. Men deed onder andere een beroep op Leonard Seppala, een van de beste mushers. Hij reed met zijn team, geleid door zijn honden Togo en Scotty, de langste en gevaarlijkste afstand. Togo en Scotty motiveerden het span en leidden het team terug tijdens een zware sneeuwstorm. Deze barre tocht werd in 129,5 uur afgelegd; een recordtijd die later nooit meer is geëvenaard. Het laatste deel van de tocht werd volbracht met het team van Gunnar Kaasen, met als leidershond Balto.
De gevaarlijke omstandigheden waaronder deze sledehondenteams hun werk deden, spraken tot ieders verbeelding. Door de grote aandacht van de media werd de serumrace wereldnieuws. De negentien mushers werden unaniem tot volksheld uitgeroepen. Zij ontvingen een certificaat van de gouverneur van Alaska en een medaille van de serumfabrikant. Hun namen werden wereldberoemd, evenals die van hun leidershonden, maar raakten daarna in de vergetelheid. Echter, als herinnering aan alle sledehonden, die hebben deelgenomen aan deze estafetteloop, staat in het Central Park te New York een standbeeld van Balto, de leidershond van het laatste team. Hieronder staat de inscriptie: ‘Endurance – Fidelity – Intelligence” (volharding – trouw – intelligentie).

Officiële rasstandaard
Na de serumrace ging Seppala met zijn honden naar New England. Ook daar werd de Siberian Husky als wedstrijdsledehond in korte tijd zeer populair.
Leonard Seppala heeft voor dit ras en de sledehondensport veel betekend. Hij deed veel voor de promotie van het ras en zette zich tevens in voor verbetering van de behandeling van sledehonden in het algemeen. Dat de Siberian Husky nog bestaat danken we in hoge mate aan hem, mede doordat hij de kring van liefhebbers verbreedde toen hij vanuit New England zijn honden aan het publiek liet zien. De waardering voor het ras groeide en het streven was om de Siberian Husky raszuiver te fokken. Door de bezitters van deze honden werd een rasstandaard opgesteld en naar de American Kennel Club opgestuurd met het verzoek om officiële erkenning. Die erkenning kwam in het jaar 1930 tot stand.
In 1938 werd de Siberian Husky Club of America opgericht. Vanaf de oprichtings-vergadering, waar ook Seppala aanwezig was, hanteerden zij de officiële erkende rasstandaard voor de Siberian Husky.
Selectief fokken
In Amerika werd de Siberian Husky echter een van de vier populairste rassen. Een ontwikkeling die ronduit rampzalig is gebleken. De selectieve fokkerij is volkomen overspoeld en teruggedrongen door vloedgolven van pups, voortkomend uit fokkerijen, waarbij er niet of nauwelijks naar gestreefd werd om het juiste karakter en de werkeigenschappen van het ras te bewaren. Een feit dat door de Siberian Husky Club of America helaas te laat is onderkend. Wel wordt inmiddels van alles in werking gesteld om in deze situatie verandering te brengen, maar de weg terug is moeilijk en lang.
In Europa, ook in Nederland, lijkt de situatie gunstiger. Want hier houden veruit de meeste grotere kennels en fokkers van Siberian Husky’s zich intensief met de sledehondensport bezig. Het zou een garantie kunnen zijn voor het behoud van een ras van gezonde, vitale en werkwillige honden.
Karakter en uiterlijk
Het tolerante, evenwichtige karakter, plus het feit dat de Siberian Husky vriendelijk en tolerant is ten opzichte van mensen en soortgenoten, maakt hem ook in deze tijd tot een plezierige en rustige huisgenoot. Hij is niet waaks en heeft een onafhankelijk karakter, grenzend aan het eigenwijze. Zijn aangeboren nieuwsgierigheid en drang tot bewegen willen wel eens groter zijn dan de 'drang' tot gehoorzamen of om bij de baas in de buurt te blijven. Hij wil nu eenmaal graag weten wat er achter de horizon te beleven is. Dit kan het geduld van zijn eigenaar behoorlijk op de proef stellen, maar onder andere door zijn grote aanpassingsvermogen en behoefte aan gezelschap blijft een Siberian Husky zelden de enige hond in huis.
Wat betreft zijn uiterlijk dient zijn bouw te voldoen aan de officiële rasstandaard van dit werkhondenras, maar verder zijn alle vachtkleuren en aftekeningen toegestaan; ook wat de oogkleur betreft: bruine ogen, blauwe ogen, maar ook één bruin en één blauw oog of bruine ogen met een blauwe vlek er in (particoloured ). Alles is goed en alles is mooi.
De Siberian Husky is een hond voor sportieve mensen; mensen die erop uitgaan, in weer en wind. Fietsen, joggen, strandwandelingen, de bergen in, de sneeuw in... of nog beter, die zich bezighouden met de sledehondensport en de training die daarvoor nodig is. Hoe kouder het weer, hoe groter plezier voor de Siberian Husky. Per slot van rekening heeft hij niet voor niets een dikke, dubbele vacht die bestand is tegen temperaturen tot minus 60 graden Celsius. Een vacht die zich wél twee maal per jaar vernieuwd; de hoeveelheid haar die dan los komt is ongelooflijk!